Hints en Tips

De extrusietiming verbeteren

De timing van de extrusie moet goed zijn, want die is heel belangrijk voor de eerste hechtingslaag. De timing is niet goed als de extruder al begint met printen, maar het filament met vertraging uit de extruder komt. De extruder voorbereiden op het printen Een van de meestvoorkomende oorzaken van vertraging in de extrusie is dat de extruder nog niet gereed is om te printen. Dat komt doordat het filament, wanneer de extruder op een hoge temperatuur wordt verwarmd, erdoor valt en het mondstuk dus leeg is wanneer het printen begint. Hoe herken ik dit? U weet dat de extruder niet gereed is om te printen als de printer de eerste paar lijnen zonder extrusie maakt en vervolgens probleemloos verder gaat met de extrusie. Oplossing - Print Studio voegt automatisch een rand rond het object toe om dit probleem op te lossen. Als dat echter niet genoeg is, kunt u het aantal lussen verhogen met de geavanceerde instellingen - Advanced Settings (Geavanceerde instellingen) > Skirt/Brim (Rand) > Num. Skirt/Brim Loops (Aantal randlussen).
Mogelijk is de printer te strak afgesteld, waardoor er niet genoeg ruimte zit tussen het mondstuk en de ondergrond. Hoe herken ik dit? Als de afstelling niet goed is, begint de printer op de tweede of derde laag van de Z-as te printen. Oplossing - Stel de printer af. Als de extruder verstopt is Als de oplossingen hierboven het probleem niet verhelpen, is de extruder waarschijnlijk gedeeltelijk verstopt. Voer de tips uit het volgende gedeelte uit om het probleem op te lossen.

Verbeter de prints met steunmateriaal

Er wordt steunmateriaal gebruikt om een printpunt te creëren wanneer de vorige laag niet genoeg ondergrond biedt. Dit gebeurt bij overhang en bridging. Overhang treedt op wanneer het model in een bepaalde hoek weg van de basis helt. Bridging treedt op wanneer de printer de laag in een hoek van 90 graden tussen twee punten moet leggen en daar geen materiaal onder zit. Er kan ondersteuningsmateriaal van 45 graden en meer worden overwogen, maar in de meeste gevallen is 55 graden genoeg. De automatische instelling in Print Studio is 55 graden. Als er echter sprake is van ongewenste uitzakking of krulling, kunt u met de geavanceerde instellingen een lager aantal graden kiezen voor betere ondersteuning van uw model. Daarvoor gaat u naar Advanced Settings (Geavanceerde instellingen) > Support (Ondersteuning) > Support Angle Tolerance (Tolerantie ondersteuningshoek).

Laat het model aan het printbedtape plakken

Het is van essentieel belang dat de hechting van de eerste laag zo sterk mogelijk is, zodat deze laag de fundering legt voor de rest van het model en de print niet van het bouwplatform beweegt. Dit probleem kan meerdere oorzaken hebben, die over het algemeen lastig te herkennen zijn. Probeer de onderstaande oplossingen. Die helpen u als het goed is de situatie aanzienlijk te verbeteren. Stel de printer af Meestal kunt u zien dat de printer niet goed is afgesteld als de eerste lijnen van het filament eerder afgerond dan plat zijn en niet aan elkaar plakken. Stel de printer af.
Het is belangrijk dat de eerste laag zo nauwkeurig mogelijk is. De twee belangrijkste geavanceerde instellingen van de eerste laag zijn: De snelheid van de eerste laag - als u de extrusiesnelheid van de eerste laag verlaagt, kan het filament goed worden geëxtraheerd en heeft het iets meer tijd om te binden. Gebruik bij het instellen getallen tussen 0.1 en 1.0, waarbij het cijfer achter de 0 voor het percentage staat (bijvoorbeeld: 0.5 = 50%). Ga naar Advanced Settings (Geavanceerde instellingen) > Speed (Snelheid) > Layer 1 Speed Multiplier (Versneller laag 1). De hoogte van de eerste laag - hoe hoger de gekozen printresolutie, hoe moeilijker het voor de eerste laag is om vast te plakken. Dat geldt vooral als er kleine deeltjes op het printbedtape zitten of als er kleine verschillen zitten in de afstemming van de printer. Het is daarom de moeite waard om de hoogte van de eerste laag aan te passen, aangezien een hogere laag beter bestand is tegen dergelijke verschillen in de ondergrond en beter blijft plakken. Ga naar Advanced Settings (Geavanceerde instellingen) > Layer (Laag) > Layer 1 Height (Hoogte laag 1) > U kunt de dikte aanpassen van 0,25 tot 0,3.
Houd u aan de volgende aanbevelingen voor het reinigen van het printbedtape. Voeg ondergrond toe In bepaalde gevallen komt er niet genoeg materiaal in contact met de ondergrond, waardoor het model niet aan het printbedtape blijft plakken. U kunt dit oplossen door ondergrond toe te voegen. Ondergrond fungeert als een paar gemakkelijk te verwijderen lagen van plat plastic, die rond de basis van de eerste laag van het object worden gelegd. Dankzij de ondergrond is het oppervlak van de eerste laag van het object groter, zodat het object in zijn geheel beter hecht. Als u ondergrond wilt toevoegen, schakelt u naast de profielselectie de optie Enable Raft (Ondergrond inschakelen) in.

Onderextrusie stoppen

Plaats filament en controleer of het filament uit de extruder recht of gekruld is. Als de lijnen gekruld zijn, is de extruder waarschijnlijk gedeeltelijk verstopt. Voer in dat geval de volgende instructies uit. Als de lijnen recht zijn, kunt u de extrusievermenigvuldiger verhogen, zodat er dikkere lijnen worden geëxtrudeerd. Ga naar Advanced settings (Geavanceerde instellingen) > Extrusion (Extrusie) > Extrusion width multiplier (Vermenigvuldiger extrusiebreedte). U kunt een instelling kiezen tussen 1.0 en 2.5, waarbij 0.01 voor 1% staat. Als u de vermenigvuldiger op 1.50 instelt, wordt de lijn dus 50% dikker. Voer dit gedeelte uit als het probleem zich blijft voordoen en er openingen in de buitenste lagen zitten.

Openingen in bovenste lagen voorkomen

Aangezien het model uit plakken bestaat, bereidt Print Studio een holle binnenkant met een bepaald percentage vulling voor. Dat percentage is 15 tot 25%, afhankelijk van de gekozen kwaliteit. Vervolgens wordt een solide buitenlaag om de binnenkant geprint. In zeldzame gevallen kan het gebeuren dat sommige geprinte lijnen in de luchtbellen 'zinken' waarop ze worden geprint. Vergroot in die gevallen het aantal buitenlagen. Ga naar Advanced settings (Geavanceerde instellingen) > Layer (Laag) > Nu. Top Shells (Aantal buitenlagen) en verhoog de instelling met 1 of 2.

Geen draden, webben en weefsels meer

Draden, webben en weefsels treden op als er erg dunne, lange strengen filament aan het model zitten. Dit probleem is het gevolg van restplastic dat uit de extruder komt als die naar zijn nieuwe positie verplaatst. Dit kan een paar oorzaken hebben, maar kan meestal worden opgelost door de terugtrekfunctie in te stellen. De terugtrekfunctie laat de extruder het filament intrekken om weefsel te voorkomen en drukt het indien nodig terug in het mondstuk.
De belangrijkste instelling van de terugtrekfunctie is Extruder Retract Length (Lengte extruderterugtrekking), waarmee de lengte wordt ingesteld van het filament dat terug de extruder in wordt getrokken. De standaardinstelling is 0,1 cm, maar als u last hebt van weefsel, kunt u deze vergroten naar 0,2 tot 0,3 cm (meer kan aanbevolen zijn). Daarmee zou het probleem moeten worden opgelost. Ga naar Advanced settings (Geavanceerde instellingen) > Extruder > Extruder Retract Length (Lengte extruderterugtrekking).
Een andere mogelijk nuttige stap is de terugtreksnelheid. De terugtreksnelheid bepaalt hoe snel het filament wordt ingetrokken en teruggeduwd. Hoe lager de terugtreksnelheid, hoe groter de kans op weefsel. Pas echter wel op dat u den snelheid niet te groot maakt, want dat heeft een averechts effect en leidt tot overextrusie. De standaardinstelling is 20 mm/s. Het is niet raadzaam om een hogere snelheid dan 40 mm/s te kiezen. Advanced settings (Geavanceerde instellingen) > Extruder > Extruder Retract Speed (Snelheid extruderterugtrekking).
Als het wijzigen van de terugtrekinstellingen het probleem niet heeft opgelost, kunt u de temperatuurinstellingen aanpassen. Als de temperatuur te hoog is, lekt het plastic aan de binnenkant namelijk naar buiten. Dit is geen veelgebruikte oplossing voor Dremel-printers, maar het kan zijn dat uw printer zich in een warme ruimte bevindt en dat het probleem mogelijk kan worden opgelost als u de temperatuur met een paar graden verlaagt. Ga naar Advanced settings (Geavanceerde instellingen) > Extruder > Extruder Temperature (Extrudertemperatuur).

De lagen aan elkaar laten plakken

Het model komt tot stand doordat de printer lagen plastic op elkaar legt. Dit betekent dat alle lagen op de goede manier aan elkaar moeten plakken om het gewenste model te vormen. Dit wordt waarschijnlijk veroorzaakt door een lage extrusietemperatuur. Dit is geen veelvoorkomend probleem bij Dremel-printers, maar kan worden veroorzaakt doordat de temperatuur in de printomgeving te laag is. U kunt de temperatuur enigszins verhogen via Advanced settings (Geavanceerde instellingen) > Extruder > Extruder Temperature (Extrudertemperatuur).

Problemen met openingen tussen vulling en buitenlagen oplossen

Dit kan worden veroorzaakt doordat de extruder tijdens het printen te snel beweegt. Dit komt doordat de buitenlagen en vulling in verschillende reeksen worden geprint en het printen van de vulling meestal sneller gaat dan van de buitenlagen. Ga om het probleem op te lossen naar Advanced Settings (Geavanceerde instellingen) > Speed (Snelheid) en verlaag de vulling- en perimetersnelheid met 10 mm/s.

Wat te doen bij kromtrekking

Kromtrekking is een probleem waarbij een deel van het model vanaf het printbedtape omhoog buigt doordat de eerste laag niet goed blijft plakken. Om dit op te lossen, voert u de instructies in 'Laat het model aan het printbedtape plakken' uit.

Extruder ontstoppen

- Verwarm de printer 20 tot 30 minuten voor.
- Druk al het filament met de extruderontstopper uit de extruder.
- Als dit niet heeft geholpen, voer dan de stappen uit de volgende video uit, over het handmatig ontstoppen van de extruder.
- Als het probleem zich nog steeds blijft voordoen, heeft het waarschijnlijk een mechanische oorzaak en wordt u geadviseerd contact op te nemen met de klantenondersteuning.

Tips voor afstelling

3D20 - gebruik het meegeleverde afstellingsblad. De afstand klopt als het afstellingsblad soepel door de extruder gaat, maar deze nog steeds enigszins optilt terwijl het erdoorheen wordt gedrukt. Als u geen origineel afstellingsblad van Dremel hebt, kunt u ook een visitekaartje of briefkaart gebruiken.
3D40 als het afstellen te lang duurt en de printer steeds vraagt om de knoppen aan te passen, draait u deze een extra kwartslag in de gevraagde richting nadat de printer een piepgeluid maakt.

Het printbedtape reinigen

Gebruik reinigingsalcohol om het printbedtape goed te reinigen. U mag geen reinigingsproducten als afwasmiddel of vloeibare zeep gebruiken, want die laten een laagje achter op het oppervlak van het printbedtape, waardoor dat minder goed hecht.